Samenvatting
De leefscore bestaat uit vijf onderdelen: lucht, geluid, verkeer, veiligheid en omgevingsrisico. Elk onderdeel krijgt een eigen cijfer. Die vijf cijfers staan altijd naast het totaal.
De gezondheid van de buurt staat er als feit bij, zonder cijfer. Datzelfde geldt voor het funderingsrisico en voor militaire complexen in de buurt. Die gaan over de woning of over de mensen die er nu wonen, en niet over de leefomgeving zelf.
De cijfers komen uit open data van RIVM, CBS, de politie en het Kadaster. We rekenen alleen met jaargemiddelden. Het weer of het tijdstip verandert je cijfer dus niet.
Is een cijfer er niet, dan telt dat onderdeel niet mee. Er staat dan "geen data". We vullen nooit stilletjes een gemiddelde in.
Uitgangspunten
- Alles staat erbij. Je ziet het totaalcijfer én de vijf losse cijfers. Bij elk cijfer staat de bron en het jaar.
- Geen gaten opvullen. Ontbreekt een cijfer, dan telt dat onderdeel niet mee. De andere onderdelen houden onderling dezelfde verhouding.
- Te weinig gemeten is geen cijfer. Blijft er minder dan 80 procent van de weging over, dan tonen we de losse onderdelen zonder totaalcijfer. Een leefscore op drie onderdelen meet iets anders dan een leefscore op vijf, en die twee naast elkaar zetten is misleidend.
- Stabiel. We rekenen alleen met jaargemiddelden. Misdrijven, inbraken en ongevallen tellen we over drie jaar. De luchtkwaliteit van dit uur laten we wel zien, maar die telt niet mee.
- Geen cijfer als het niets betekent. Buurten onder de 250 inwoners krijgen geen veiligheids- en verkeerscijfer. De aantallen zelf laten we wel zien.
- Eén punt op de kaart. We meten in het midden van de postcode. Een paar straten verderop kan het anders zijn.
- Een hulpmiddel. De leefscore helpt je buurten vergelijken. Het is geen officieel oordeel. Je kunt er geen rechten aan ontlenen.
De weging
| Onderdeel | Gewicht | Toelichting |
|---|---|---|
| Lucht | 28% | Jaargemiddelde stikstofdioxide en fijnstof, vergeleken met de WHO-advieswaarden. Weegt zwaar. Vuile lucht is volgens het RIVM veruit de grootste omgevingsfactor voor je gezondheid. |
| Veiligheid | 28% | Misdrijven per 1.000 inwoners in de buurt, waarvan woninginbraak apart meetelt. Weegt zwaar. Kopers noemen dit zelf als eerste, en de cijfers zijn per buurt en per maand bekend. |
| Geluid | 17% | Alle geluidsbronnen samen (weg, spoor, vliegverkeer, industrie, windturbines). |
| Omgeving | 17% | Water (overstroming en wateroverlast), hoogspanning, gevaarlijke stoffen, industriegeluid en nucleaire installaties. |
| Verkeersveiligheid | 10% | Geregistreerde wegongevallen per 1.000 inwoners. Weegt licht, want het is een cijfer over de weg en niet over de woning. |
Ontbreekt een onderdeel, dan rekenen we het totaal uit over de onderdelen die er wel zijn. De onderlinge verhouding blijft gelijk.
Elke weging is een keuze. Daarom laten we zien hoeveel die keuze uitmaakt. Toen we in augustus 2026 van versie 1 naar versie 2 gingen, veranderden twee onderdelen van inhoud en schoof er vijf procent gewicht van geluid naar verkeer.
In een steekproef van 140 buurten, getrokken naar inwonertal, ging het landelijk gemiddelde van 8,11 naar 8,10. Per buurt bewoog het wel: bij 13 procent meer dan een half punt. De leefscore hangt dus vooral op de cijfers zelf, niet op de weging.
Wanneer we geen cijfer geven
Een cijfer per 1.000 inwoners zegt alleen iets als er genoeg te tellen valt. In een buurt met 45 inwoners waar een snelweg doorheen loopt, horen de geregistreerde misdrijven bij die weg en niet bij de bewoners. Zo'n buurt kwam op de oude manier uit op de laagst mogelijke score, terwijl er niets mis is met die buurt.
Daarom geven we geen veiligheids- en verkeerscijfer aan buurten met minder dan 250 inwoners. Bij 250 inwoners staan er over drie jaar zo'n 33 misdrijven tegenover, en dat geeft een toevalsmarge van ongeveer 18 procent. Daaronder wordt het gokken.
We vullen dat gat niet met het cijfer van de gemeente. Dat zou een cijfer van een ander gebied zijn, en een buitengebied is nu eenmaal niet hetzelfde als het centrum. Wat er wel staat, zijn de aantallen zelf: hoeveel misdrijven de politie er registreerde en over welke periode.
Zonder veiligheids- en verkeerscijfer blijft er te weinig over voor een eerlijke leefscore, dus zulke buurten krijgen helemaal geen totaalcijfer. Je ziet dan de losse onderdelen die er wel zijn, met de reden erbij. Landelijk krijgt 73 procent van de buurten een volledige leefscore, en daar woont 97,8 procent van de Nederlanders.
Goed om te weten: feiten zonder cijfer
Onder de zes deelscores staat een blok met dingen die een koper wil weten, maar die geen cijfer verdienen. De regel daarvoor is simpel: een cijfer geven we alleen als het meet wat het belooft. Doet het dat niet, dan tonen we het feit en geen cijfer.
Nu staat daar het funderingsrisico in: hoeveel huizen in de buurt naar schatting risico lopen op paalrot doordat het grondwater zakt, en hoeveel er scheef kunnen zakken door bodemdaling. Die kaarten zijn gemaakt door Deltares en staan op de Klimaateffectatlas.
Dat telt bewust niet mee in de leefscore. De leefscore gaat over de omgeving en fundering gaat over het huis. Bovendien noemt Deltares de kaarten zelf een landelijke schatting die verre van compleet of accuraat is, en Zuid-Limburg ontbreekt helemaal. De kaarten meten ook niet alle schademechanismen: aantasting van houten palen door bacteriën (palenpest) en negatieve kleef staan er niet in. Daarom belooft een gunstige uitkomst nooit dat er niets speelt. Zo'n cijfer hoort niet in een rapportcijfer, maar de informatie is te belangrijk om weg te laten.
Naast de Deltares-kaarten kijken we naar de indicatieve aandachtsgebieden funderingsproblematiek van RVO en het KCAF: per postcodegebied hoeveel panden van vóór 1970 zijn en op wat voor grond ze staan. Staan er veel oudere panden op grond die kan zakken of rotten, dan waarschuwt het rapport ook als de Deltares-kaart weinig risico ziet. Zo voorkomt de ene kaart dat de andere ten onrechte geruststelt: de Amsterdamse grachtengordel scoort bij Deltares een nul, terwijl daar vrijwel alles op houten palen staat. Op vaste zandgrond geldt het omgekeerde en is een oud huis geen reden voor een waarschuwing.
De zes deelscores
01 Lucht
We kijken naar het jaargemiddelde stikstofdioxide (NO₂) en fijnstof (PM2,5) uit de RIVM/NSL-kaart. Die leggen we naast de WHO-advieswaarden van 2021: 10 µg/m³ voor NO₂ en 5 µg/m³ voor PM2,5.
Op de advieswaarde is het cijfer een 10. Daarboven zakt het cijfer gelijkmatig. Bij NO₂ gaat er 9 punten af per 30 µg/m³ boven het advies, bij PM2,5 per 20 µg/m³. Zijn beide stoffen bekend, dan telt het gemiddelde van de twee.
Is er geen jaargemiddelde, dan is er geen luchtcijfer en telt lucht niet mee in het totaal. De luchtkwaliteit van dit uur laten we er wel bij zien, maar die telt nooit mee. Anders zou dezelfde postcode vandaag een ander cijfer krijgen dan morgen.
02 Geluid
Het geluid (Lden, het jaargemiddelde over een etmaal) komt uit de RIVM-kaarten voor wegverkeer, treinverkeer, vliegverkeer, industrie en windturbines. We tellen die bronnen bij elkaar op zoals geluid zich in het echt optelt.
45 dB of stiller is een 10. 70 dB of luider is een 1. Daartussen loopt het cijfer gelijkmatig. Ter vergelijking: de WHO adviseert voor wegverkeer maximaal 53 dB.
Dat advies geldt per bron. Wij leggen het opgetelde geluid van alle bronnen ernaast, want wegverkeer is in bijna elke Nederlandse buurt de bepalende bron. Waar meerdere bronnen samenkomen, is onze toets dus strenger dan een toets per bron.
De totaalkaart van het RIVM gebruiken we bewust niet. Daar telt industriegeluid uit 2008 in mee, en dat is verouderd.
03 Verkeersveiligheid
Het aantal wegongevallen dat de politie in de buurt registreerde, over drie jaar. We rekenen dat om naar ongevallen per 1.000 inwoners per jaar. Elke 1,4 ongevallen per 1.000 inwoners kost één punt. Geen ongevallen is een 10. Het landelijk gemiddelde ligt rond 4 per 1.000, wat neerkomt op ongeveer een 7.
Het gaat om ongevallen waar de politie bij kwam, niet om elke deuk. Een buurt met een doorgaande weg of een uitgaansgebied telt er dus altijd meer. Dat staat er in het rapport ook bij.
Het geluid van weg, spoor en vliegverkeer vind je onder dit onderdeel terug als losse cijfers. Dat geluid telt mee in de geluidscore en niet nog eens hier.
04 Veiligheid
Het aantal geregistreerde misdrijven in de buurt, van de politie via het CBS, geteld over drie jaar en omgerekend naar misdrijven per 1.000 inwoners per jaar. Elke 12 misdrijven per 1.000 inwoners kost één punt. Geen misdrijven is een 10. Het landelijk gemiddelde van ruwweg 44 per 1.000 komt uit op ongeveer een 6,3.
Daarnaast wegen we woninginbraak apart mee, voor 30 procent van dit cijfer. De overige 70 procent is het totaal aantal misdrijven. Inbraken delen we door het aantal woningen en niet door het aantal inwoners, want dat is de noemer die er bij inbraak toe doet. Elke inbraak per 1.000 woningen per jaar kost één punt. Landelijk zijn dat er 2,6.
Dat is bewuste nadruk en geen dubbeltelling. Het totaal aantal misdrijven wordt in een winkelstraat gedomineerd door zaken waar een bewoner weinig van merkt. Inbraak is de misdaad die een huis raakt, dus die weegt zwaarder dan zijn aandeel in het totaal.
Heeft een buurt minder dan 250 woningen, dan telt de inbraakweging niet mee en rust het cijfer volledig op het totaal aantal misdrijven.
05 Omgeving
Dit onderdeel werkt met aftrek en niet met een gemiddelde. Je begint op een 10. Het zwaarste risico kost zijn volle aftrek en elk ander risico telt daarnaast voor 35 procent mee. Een risico dat er niet is levert geen aftrek op, maar ook geen bonus.
Dat laatste is het verschil met hoe we het tot augustus 2026 deden. Toen was dit het gemiddelde van de onderdelen, en dan trokken drie tienen voor een ontbrekende kazerne, hoogspanningslijn en kerncentrale een huis naast een raffinaderij terug omhoog. Dat er geen kazerne in de buurt staat maakt die raffinaderij niet minder erg.
Dit zijn de risico's die we bekijken:
- Water, twee kaarten in één cijfer, waarbij de zwaarste telt. De overstromingskans van RIVM/LIWO loopt van "overstroomt niet" met een 10, via eens per 1.000 jaar met een 9 en eens per 100 jaar met een 4, tot eens per 10 jaar met een 1,5. Daarnaast kijken we naar water op straat bij een bui van 70 millimeter in twee uur, uit de Klimaateffectatlas van Deltares: blijft het droog dan een 10, en van 5 tot 10 centimeter met een 9,5 loopt het af tot een 6,5 bij meer dan 30 centimeter. Twee losse onderdelen zou water dubbel laten wegen.
- Gevaarlijke stoffen, van de Risicokaart. Binnen de risicocontour van een bedrijf of transportroute een 2. Binnen 250 meter daarvan een 6,5. Ruim erbuiten een 9. Is er geen contour binnen 1,2 kilometer, dan een 10.
- Hoogspanning, van de RIVM-netkaart. Binnen de magneetveldzone een 3,5. Vlak daarbuiten een 6,5. Ruim erbuiten een 8,5. Is er geen bovengrondse lijn binnen 600 meter, dan een 10.
- Industriegeluid, op dezelfde decibelschaal als het geluidscijfer.
- Nucleaire installaties, van het RIVM, ook net over de grens. De reikwijdte hangt af van wat er staat. Bij een kerncentrale telt de afstand mee tot 50 kilometer, bij een onderzoeksreactor tot 10 kilometer en bij de onderwijsreactor van de TU Delft tot 2 kilometer. Dat volgt de voorbereidingszones die de ANVS per installatie hanteert.
Gezondheid: wel de cijfers, geen rapportcijfer
We laten zien welk deel van de buurt de eigen gezondheid goed noemt, uit de RIVM Gezondheidsmonitor, met de doodsoorzaken in de gemeente van het CBS ernaast. Tot augustus 2026 was dat een van de zes onderdelen van de leefscore. Dat is het niet meer.
Waarom niet: ervaren gezondheid beschrijft de mensen die er nu wonen en niet de plek. Leeftijd, inkomen en opleiding bepalen dat cijfer grotendeels, en die verhuizen mee. Het is dezelfde reden waarom het funderingsrisico er ook zonder cijfer bij staat: dat gaat over het huis en niet over de buurt.
Er was nog iets: de schaal was de hardste van alle onderdelen. 55 procent stond gelijk aan een 1 en 85 procent aan een 10, dus een buurt die zestien punten onder het landelijke cijfer zat kwam uit op een 2,0. Ter vergelijking: fijnstof ruim boven de WHO-advieswaarde leverde nog een 8,2 op. We waren dus streng op het cijfer dat het minst over de plek gaat.
Militaire complexen krijgen geen cijfer. Ze staan wel bij de gegevens, want je wilt weten dat ze er zijn. Maar de onderbouwing was "in een conflict een mogelijk doelwit", en dat is niet te meten en niet met een bron te onderbouwen. Wat er rond een vliegbasis wél te meten valt is geluid, en dat telt gewoon mee: de RIVM-kaart voor vliegverkeer dekt ook de militaire velden. Op de baan van Volkel is dat 81 decibel, in Uden op drie kilometer 39.
Rapportcijfer, labels en kleuren
| Score | Label | Kleur |
|---|---|---|
| 8,5 en hoger | Uitstekend | groen |
| 7 tot 8,5 | Goed | groen |
| 5,5 tot 7 | Redelijk | amber |
| 4 tot 5,5 | Matig | amber tot rood |
| onder 4 | Slecht | rood |
Kleurgrenzen: groen vanaf 7, amber van 5 tot 7, rood onder 5. We bepalen de kleur op het cijfer afgerond op één decimaal. Zo spreekt de kleur nooit het getal tegen dat je ziet.
Beperkingen
- De lucht- en geluidskaarten zijn modelberekeningen van het RIVM, geen metingen op het adres zelf.
- Ultrafijnstof en neergedaald stof zitten niet in de luchtkaarten. Rond zware industrie kan het in het echt dus viezer zijn dan het luchtcijfer laat zien.
- Misdrijven worden geteld op de plek waar ze gebeuren. Een winkelgebied komt daardoor hoger uit dan de woonwijk ernaast. In kleine buurten schommelen de cijfers sterk.
- De gezondheidscijfers per buurt zijn modelschattingen van het RIVM, geen enquête per buurt.
- De lijst met militaire complexen is een eigen lijst van publiek bekende locaties. Een officiële risicokaart bestaat er niet voor.
Een postcodecheck en de pagina's van gemeenten, buurten en provincies rekenen sinds versie 2 allebei met een driejaarsgemiddelde. De postcodecheck telt de laatste 36 maanden, de overzichtspagina's de laatste drie hele kalenderjaren. Daardoor kan hetzelfde cijfer een paar tienden verschillen. Het aantal van het afgelopen jaar en de trend per jaar staan er als informatie naast.
WHO-advies tegenover de Nederlandse norm
Die twee getallen meten niet hetzelfde. Een WHO-advieswaarde gaat alleen over gezondheid. Het is het niveau waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie geen schade meer verwacht. Kosten en haalbaarheid spelen geen rol. Het is ook geen wet.
Een Nederlandse norm is wel een wet, en die is een afweging. Gezondheid tegen woningbouw, bereikbaarheid en wat een wegbeheerder kan betalen.
Een woning kan dus ruim aan de Nederlandse regels voldoen en tegelijk boven het WHO-advies liggen. Dat is geen overtreding en geen fout in de cijfers. Het zijn twee vragen. De wet vraagt: mag dit hier? De WHO vraagt: is dit gezond?
Geluid
| Bron, Lden | WHO-advies (2018) | Nederlandse standaardwaarde | Nederlandse grenswaarde |
|---|---|---|---|
| Wegverkeer, gemeente- en waterschapsweg | 53 dB | 53 dB | 70 dB |
| Wegverkeer, rijksweg en provinciale weg | 53 dB | 50 dB | 60 dB |
| Spoorverkeer | 54 dB | eigen stelsel onder de Omgevingswet | |
| Vliegverkeer | 45 dB | apart stelsel per luchthaven | |
De Nederlandse standaardwaarde voor een gemeenteweg is 53 dB. Dat is precies gelijk aan het WHO-advies. Het verschil zit in de grenswaarde. Met een onderbouwing mag een gemeente tot 70 dB gaan.
Dat is 17 dB hoger. Decibellen tellen niet gewoon op, dus dat komt neer op ongeveer vijftig keer zoveel geluid. Een woning kan dus helemaal volgens de regels gebouwd zijn en toch ver boven zitten wat de WHO gezond noemt.
Bronnen: WHO Environmental Noise Guidelines for the European Region (2018) en het Besluit kwaliteit leefomgeving onder de Omgevingswet.
Lucht
| Stof, jaargemiddelde | WHO-advies (2021) | Nederlandse norm | EU-norm vanaf 2030 |
|---|---|---|---|
| Stikstofdioxide (NO₂) | 10 µg/m³ | 40 µg/m³ | 20 µg/m³ |
| Fijnstof (PM2,5) | 5 µg/m³ | 25 µg/m³ | 10 µg/m³ |
De Nederlandse norm is de Europese grenswaarde. Nederland heeft geen strengere eigen waarde. Voor fijnstof ligt die grenswaarde vijf keer hoger dan wat de WHO adviseert, voor stikstofdioxide vier keer.
Nederland voldoet daardoor vrijwel overal aan de wet. Toch haalt geen enkele buurt de WHO-advieswaarde voor fijnstof. In 2024 heeft de EU de grenswaarden aangescherpt. Die gelden vanaf 2030 en zitten halverwege het WHO-advies.
Bronnen: WHO global air quality guidelines (2021) en de Europese luchtkwaliteitsrichtlijn zoals herzien in 2024.
Begrippen
- Lden
- Level day-evening-night. Het gemiddelde geluid over een etmaal, gemeten over een heel jaar. Geluid in de avond en nacht telt zwaarder mee. Dit is de standaardmaat in Europese geluidskaarten.
- NO₂ (stikstofdioxide)
- Verbrandingsgas, vooral afkomstig van wegverkeer. Een goede indicator voor verkeersgerelateerde luchtvervuiling.
- PM2,5 (fijnstof)
- Stofdeeltjes kleiner dan 2,5 micrometer. Ze komen diep in je longen. Volgens de WHO de schadelijkste luchtvervuiling die veel voorkomt.
- WHO-advieswaarde
- De advieswaarde van de Wereldgezondheidsorganisatie uit 2021, puur gebaseerd op gezondheid. Strenger dan de Europese wet. Wij meten aan het advies, niet aan de wet.
- LKI (luchtkwaliteitsindex)
- De actuele luchtkwaliteit van dit uur, van 1 (goed) tot 11 (zeer slecht). Wordt ter info getoond, maar telt niet mee in de score.
- Plaatsgebonden risico 10⁻⁶
- De zone rond een bedrijf of route met gevaarlijke stoffen. Binnen die zone is de kans om door een ongeluk te overlijden groter dan 1 op de miljoen per jaar.
- Magneetveldzone
- De zone rond een bovengrondse hoogspanningslijn. Het RIVM adviseert uit voorzorg om kinderen daar niet langdurig te laten verblijven.
- Modelschatting
- Een cijfer per buurt dat niet direct gemeten is. Het is berekend uit een grotere steekproef en de kenmerken van de buurt. RIVM en CBS doen dat standaard zo voor kleine gebieden.
Wijzigingen in de methode
- 3 augustus 2026: versie 3, het omgevingscijfer herzien
- Omgeving rekent met aftrek in plaats van met een gemiddelde. Je begint op een 10, het zwaarste risico kost zijn volle aftrek en elk ander risico telt daarnaast voor 35 procent mee. Een risico dat er niet is levert geen aftrek en dus ook geen bonus meer op.
Waarom: in het oude gemiddelde tilden tienen voor een ontbrekende kazerne, hoogspanningslijn en kerncentrale een huis naast een raffinaderij terug omhoog. Op vijf testadressen lagen de zwaarst belaste plekken van het land daardoor binnen 1,7 punt van een Waddeneiland, en kreeg een gewone Utrechtse stadswijk exact hetzelfde omgevingscijfer als Terschelling. Dat bereik is nu 5,1 punt.
Nucleaire installaties tellen naar type. Bij een kerncentrale telt de afstand mee tot 50 kilometer, bij een onderzoeksreactor tot 10 kilometer en bij de onderwijsreactor van de TU Delft tot 2 kilometer. Daarvoor gold één afstand van 50 kilometer voor alles, waardoor een laboratoriumopstelling van 2 MW even zwaar telde als de kerncentrale in Borssele en het omgevingscijfer van een groot deel van de Randstad bepaalde.
Gezondheid telt niet meer mee in de leefscore. De cijfers blijven in het rapport staan, als feit zonder rapportcijfer. Ervaren gezondheid beschrijft de mensen die er nu wonen en niet de plek, en de schaal was bovendien de hardste van alle onderdelen. De leefscore bestaat nu uit vijf onderdelen; de onderlinge verhouding tussen die vijf is niet veranderd.
Bij te weinig gemeten onderdelen geven we geen totaalcijfer meer. Blijft er minder dan 80 procent van de weging over, dan zie je de losse onderdelen zonder leefscore. Het voorbehoud eronder hielp daar niet tegen: het cijfer reist mee in deel-links en in de widget en raakt zijn kleine lettertje onderweg kwijt.
Wateroverlast telt mee, samen met overstroming in één cijfer. Nieuw is de kaart van Deltares met het water dat op straat komt te staan bij een bui van 70 millimeter in twee uur. Dat is concreter dan een dijk die het begeeft: het gaat over de hoosbui van komende zomer. Overstroming en wateroverlast vormen samen één onderdeel, waarbij de zwaarste van de twee telt, want anders zou water dubbel wegen.
Militaire complexen krijgen geen cijfer meer. Ze staan nog wel bij de gegevens. De onderbouwing was "in een conflict een mogelijk doelwit" en dat is niet te meten. Onder het nieuwe rekenmodel werd het ineens wel bepalend: in 20 van de 69 doorgerekende gemeenten was dit het laagste onderdeel. Wat er rond een vliegbasis wél te meten valt is geluid, en dat telde al mee in de geluidscore.
De overstromingsklassen zijn opnieuw geijkt. Eens per 1.000 jaar gaat van een 7 naar een 9 en eens per 100.000 jaar van een 9 naar een 10. Die cijfers waren gekozen voor een gemiddelde; in een aftrekmodel woog een 7 veel zwaarder dan de kans rechtvaardigt. Eens per 100 jaar en eens per 10 jaar blijven staan.
Heb je vóór deze datum een rapport bekeken, dan kan dezelfde postcode nu anders uitkomen. In een steekproef van 69 gemeenten daalde het omgevingscijfer gemiddeld 1,1 punt, wat neerkomt op 0,16 punt van de leefscore. Van die 69 gingen er 44 omlaag, 16 omhoog en 9 bleven gelijk. Waar echt iets speelt zakt het cijfer duidelijk; waar niets speelt gaat het omhoog, want een leeg risico levert geen aftrek meer op. Eerder lagen alle 69 in het groen, nu zijn dat er 54, met 5 in het oranje en 10 in het rood. - 3 augustus 2026: versie 2, verkeer en veiligheid herzien
- Verkeer meet nu ongelukken in plaats van geluid. Het onderdeel heette verkeer maar mat de luidste verkeersbron, en dat geluid zat al in de geluidscore. Daardoor bepaalde geluid in feite een kwart van het totaal. Nu telt het aantal geregistreerde wegongevallen in de buurt. Het gewicht ging daarom van 5 naar 10 procent, en geluid van 20 naar 15.
Woninginbraak weegt apart mee, voor 30 procent van de veiligheidsscore, gedeeld door het aantal woningen. Het totaal aantal misdrijven wordt in een winkelstraat gedomineerd door zaken waar een bewoner weinig van merkt.
Alles wordt over drie jaar geteld in plaats van over twaalf maanden. Over één jaar had de helft van de buurten nul inbraken en bepaalde toeval het cijfer. De oude score liep bij 14 procent van de buurten bovendien vast op de laagst mogelijke 1,0; dat is nu 6 procent.
Buurten onder de 250 inwoners krijgen geen veiligheids- en verkeerscijfer meer. Daar horen de geregistreerde misdrijven vaak bij een doorgaande weg en niet bij de bewoners.
Er is een blok "Goed om te weten" bijgekomen met funderingsrisico. Dat telt niet mee in de leefscore.
Heb je vóór deze datum een rapport bekeken, dan kan dezelfde postcode nu anders uitkomen. In een steekproef van 140 buurten bleef het landelijk gemiddelde gelijk (8,11 tegen 8,10), maar bewoog 13 procent van de buurten meer dan een half punt. - 26 juli 2026: de weging herzien
- Lucht ging van 20 naar 25 procent en veiligheid van 20 naar 25 procent. Verkeer ging van 10 naar 5 procent en gezondheid van 15 naar 10 procent.
Waarom: verkeer is dezelfde meting die ook in het geluidscijfer zit. Daardoor bepaalde geluid stiekem 30 procent van het totaal. En ervaren gezondheid zegt vooral iets over de mensen die er nu wonen, niet over de woning.
Heb je vóór deze datum een rapport bekeken, dan kan dezelfde postcode nu een paar tienden hoger of lager uitkomen. Op zes testadressen was het verschil hooguit 0,2 punt.
Verder lezen
Methodeversie 3, laatst bijgewerkt op 3 augustus 2026. De methode staat op één plek in de code. Verandert er iets aan een weging of een drempel, dan passen we deze pagina mee aan. De wijziging komt dan hierboven te staan.